ECLI:NL:CRVB:2020:2159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens beschikbaar arbeidsvermogen ondanks psychische klachten
Appellante, geboren in 1993, vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege PTSS, spanning, stress en een auto-immuunziekte. Het UWV wees de aanvraag in 2016 af omdat de situatie niet duurzaam was en er arbeidsvermogen werd vastgesteld. Na bezwaar en beroep concludeerde een verzekeringsarts bezwaar en beroep dat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is en een uur aaneengesloten kan werken. Een arbeidsdeskundige bevestigde dat appellante basale werknemersvaardigheden bezit en een eenvoudige taak kan uitvoeren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was. Appellante stelde in hoger beroep dat zij geen arbeidsvermogen heeft, zich niet kan concentreren en geen basale werknemersvaardigheden bezit. Zij vroeg om benoeming van een nieuwe deskundige. De Raad volgde dit niet en bevestigde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de arbeidsdeskundige beoordeling voldoende zorgvuldig en gemotiveerd waren.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de juiste wettelijke criteria toepaste en de medische problematiek van appellante meegewogen had. Er was geen nieuwe medische informatie die het oordeel onderbouwde dat haar belastbaarheid was onderschat. De arbeidsdeskundige had duidelijk gemotiveerd dat appellante een niet-complexe taak kan uitvoeren en over basale werknemersvaardigheden beschikt. De Raad bevestigde dat appellante op de beoordelingsdatum arbeidsvermogen had en daarom niet als jonggehandicapte kon worden aangemerkt.
Uitkomst: De Wajong-aanvraag van appellante wordt afgewezen omdat zij over arbeidsvermogen beschikt.