Uitspraak
18/332 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
16 september 2020.
Centrale Raad van Beroep
De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant in een Wajong-zaak. Op 2 juni 2020 trok UWV het hoger beroep in via een faxbericht. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen UWV. UWV voerde geen verweer tegen dit verzoek.
De Centrale Raad van Beroep stelde het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan bij intrekking van hoger beroep door het bestuursorgaan op verzoek van een partij het bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad veroordeelde UWV tot betaling van de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep. De kosten werden begroot op €525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, bestaande uit één punt voor het indienen van een verweerschrift. De uitspraak werd gedaan op 16 september 2020.
Uitkomst: UWV wordt veroordeeld tot betaling van €525,- aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.