ECLI:NL:CRVB:2020:2176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op IVA-uitkering bij niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig monteur/projectcontroleur, is sinds 2005 ziek gemeld met lichamelijke en psychische klachten en ontvangt sinds 2007 een loongerelateerde WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2017 heeft het UWV besloten de uitkering niet te wijzigen, omdat appellant volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt wordt geacht.
Appellant stelde in bezwaar en beroep dat hij recht heeft op een IVA-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid, onderbouwd met medische informatie van zijn huisarts. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische onderzoeken van de verzekeringsartsen zorgvuldig waren en dat er geen aanwijzingen waren voor duurzame arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat de verzekeringsarts overtuigend heeft toegelicht dat er nog behandelmogelijkheden zijn en dat de psychische klachten niet duurzaam zijn. De brief van de huisarts ondersteunt dit niet, en het UWV heeft terecht gewezen op rapporten waarin wordt aangegeven dat adequate behandeling nog niet heeft plaatsgevonden. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Appellant wordt volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt geacht en heeft geen recht op een IVA-uitkering.