ECLI:NL:CRVB:2020:2180

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 september 2020
Publicatiedatum
15 september 2020
Zaaknummer
17/3661 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 27 februari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in op 26 mei 2020 en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het hoger beroep was ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren was tegemoetgekomen, zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad besloot het UWV te veroordelen in de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken in zowel de beroeps- als hoger beroepsprocedure.

De proceskosten werden vastgesteld op €1.050,- voor het beroep en €1.050,- voor het hoger beroep, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van in totaal €2.100,- aan appellante. De uitspraak werd gedaan door rechter J.P.M. Zeijen op 16 september 2020.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €2.100,- aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 september 2020
17/3661 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van
31 maart 2017, 16/2542 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.C. Cornelisse, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 27 februari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Per faxbericht van 26 mei 2020 heeft mr. Cornelisse namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten in beroep en hoger beroep.
Het Uwv heeft hiertegen geen verweer gevoerd.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 27 februari 2020 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.050,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.050,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.100,-.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
16 september 2020.
(getekend) J.P.M. Zeijen
(getekend) L.R. Scherpenzeel-Carlier
IvR