ECLI:NL:CRVB:2020:2187

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 september 2020
Publicatiedatum
15 september 2020
Zaaknummer
19/4896 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 26 februari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin het volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante op 6 maart 2020 het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep liet het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep worden veroordeeld in de kosten indien het geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren tegemoet is gekomen.

De Raad oordeelde dat het verzoek tot vergoeding van de verletkosten van €162 en reiskosten van €12,40 toewijsbaar was. De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van een bedrag van €174,40 aan appellante. De uitspraak werd op 16 september 2020 in het openbaar uitgesproken door rechter Zeijen.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €174,40 aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 september 2020
19/4896 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van
18 oktober 2019, 18/3703 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] , gevestigd te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 26 februari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 6 maart 2020 heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft hiertegen geen verweer gevoerd.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 26 februari 2020 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
Het verzoek om vergoeding van verletkosten van € 162,- komt voor toewijzing in aanmerking.
De reiskosten die appellante heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank, komen tot een bedrag van € 12,40 voor vergoeding in aanmerking.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 174,40.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
16 september 2020.
(getekend) J.P.M. Zeijen
(getekend) L.R. Scherpenzeel-Carlier
IvR