ECLI:NL:CRVB:2020:2193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening studiefinanciering wegens onvoldoende bewijs woonsituatie
Appellante stond ingeschreven op een BRP-adres en ontving studiefinanciering als uitwonende studente. De minister herzag dit besluit en kwalificeerde haar als thuiswonend, waarna een bedrag werd teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij op het BRP-adres woonde.
In hoger beroep heeft appellante aanvullende bewijsstukken overgelegd, waaronder reisgegevens, verklaringen van buurtbewoners en correspondentie, die een sterke binding met het BRP-adres aantonen. De Raad oordeelt dat de minister niet aan zijn bewijslast heeft voldaan, mede omdat de buren hun eerdere verklaringen hebben herroepen en de reisgegevens en pakketbezorgingen wijzen op bewoning.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, herroept het eerdere besluit van de minister en veroordeelt de minister in de proceskosten van appellante. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak is gedaan door J.P.A. Boersma op 16 september 2020.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van studiefinanciering wordt vernietigd.