Uitspraak
18 5249 PW
23 augustus 2018, 18/595 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
R.B.E. van Nimwegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
15 september 2020.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 1998 bijstand en werd onderzocht in het kader van het project Heronderzoek PW 2016. Uit bankafschriften bleek dat appellant contante stortingen, bijschrijvingen en geldopnames bij casino’s had verricht. Het college besloot daarom de bijstand over de betreffende maanden te herzien en terug te vorderen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door de inkomsten uit gokken niet te melden. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij ondanks de gokactiviteiten recht had op bijstand, mede omdat hij geen administratie bijhield.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat hij geen inkomsten uit gokken had genoten, maar de Raad verwierp dit en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De gokverslaving en het herinvesteren van bedragen in gokken maakte niet dat appellant niet over deze bedragen beschikte. De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten worden bevestigd.