ECLI:NL:CRVB:2020:2212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens voldoende medische beoordeling bevestigd
Appellante was werkzaam als woonassistent en ontving een WW-uitkering tot 31 maart 2018. Na ziekmelding wegens migraine kreeg zij ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV beëindigde de uitkering per 13 juni 2018 na een medische beoordeling door een verzekeringsarts, die haar geschikt achtte voor haar laatst verrichte arbeid.
Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit, waarbij zij aanvullende medische informatie overlegd heeft. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de psychische klachten en medicatiegebruik voldoende waren meegewogen. Ook was er geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische beoordeling onjuist was, onder meer vanwege een onderschatting van migraine-aanvallen, medicatiegebruik, psychische klachten en nek- en schouderklachten. Zij verzocht tevens om een onafhankelijke deskundige op grond van het arrest Korošec. De Raad volgde deze argumenten niet en concludeerde dat de medische informatie volledig en juist was beoordeeld, dat er geen nieuwe feiten waren die tot een ander oordeel leidden en dat het beroep op het arrest Korošec niet slaagde.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellante is terecht per 13 juni 2018 beëindigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.