ECLI:NL:CRVB:2020:2213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant, geboren in 1997, vroeg aanvankelijk in 2015 een Wajong-uitkering aan vanwege een licht verstandelijke beperking en psychomotore retardatie door een chromosoomafwijking. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant arbeidsvermogen heeft. Na een nieuwe aanvraag in 2017, inclusief een transitiedocument en diverse medische rapporten, handhaafde het UWV het eerdere besluit. Appellant maakte geen bezwaar tegen het eerste besluit, maar vroeg later herziening aan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het UWV voldoende onderzoek had gedaan en geen nieuwe feiten of omstandigheden waren vastgesteld. De Raad onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat de aangeleverde documenten geen nieuwe feiten bevatten die het eerdere besluit onjuist maken. Ook het feit dat de moeder van appellant destijds geen bezwaar maakte, verandert hier niets aan.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is op 17 september 2020 in het openbaar uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.