ECLI:NL:CRVB:2020:2223

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 september 2020
Publicatiedatum
22 september 2020
Zaaknummer
17/7908 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV heeft op 9 april 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV.

De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) overwogen dat bij intrekking van het beroep vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroep in de kosten kan worden veroordeeld. De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep.

De proceskosten zijn begroot op € 525,- voor bezwaar, € 1.050,- voor beroep en € 787,50 voor hoger beroep, totaal € 2.362,50. Kosten voor juridische deskundige zijn niet toegewezen wegens onvoldoende specificatie. Vergoeding van het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV claimen.

De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken in het openbaar op 16 september 2020.

Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante ter hoogte van € 2.362,50.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 september 2020
17/7908 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 november 2017, 16/8451 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante], gevestigd te [plaatsnaam] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
[naam A] te [woonplaats]
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft [X] hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 9 april 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 29 april 2020 heeft [X] namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 9 april 2020 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 525,- in bezwaar, € 1.050,- in beroep en € 787,50 in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Met betrekking tot de vordering voor de kosten van juridische deskundige, is de Raad van oordeel dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komt aangezien de vordering niet nader is gespecificeerd.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.362,50.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2020.
(getekend) J.P.M. Zeijen
(getekend) K.R. van Renswoude