ECLI:NL:CRVB:2020:2252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening Ziektewetbesluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante was werkzaam als productiemedewerker en viel uit wegens zwangerschapsklachten. Na haar bevalling ontving zij een WAZO-uitkering en meldde zich daarna ziek met rug- en armklachten. Het UWV stelde dat zij vanaf april 2017 niet meer arbeidsongeschikt was en verlaagde haar Ziektewetuitkering.
Appellante verzocht later herziening van deze besluiten met medische informatie, maar het UWV en de rechtbank oordeelden dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden. In hoger beroep betoogde appellante dat haar klachten waren verergerd en dat het UWV dit ten onrechte niet had meegewogen.
De Raad stelde vast dat de medische informatie geen nieuwe feiten bevatte die niet eerder konden worden aangevoerd en dat de klachten destijds uitgebreid waren onderzocht. Ook was geen sprake van evident onredelijkheid van het besluit. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere besluiten van het UWV worden bevestigd.