ECLI:NL:CRVB:2020:2293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag uitkering chroom-6 op grond van Regeling Defensie en toepassing hardheidsclausule
Appellant, voormalig burgerambtenaar bij het Ministerie van Defensie, diende een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Regeling uitkering chroom-6 Defensie. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zijn aandoening niet voorkomt op de lijst van bijlage 2 van de Regeling, welke is gebaseerd op onderzoek van het RIVM.
Appellant voerde aan dat wetenschappelijke literatuur, waaronder een publicatie van Wedeen en Qian en een RIVM-rapport, aanwijzingen geven dat chroom-6 kan bijdragen aan nieraandoeningen. Hij stelde dat zijn hoge blootstelling een beroep op de hardheidsclausule rechtvaardigt. De Raad stelde vast dat het RIVM-onderzoek als deskundig en onafhankelijk geldt en concludeerde dat er geen overtuigend bewijs is dat blootstelling aan chroom-6 irreversibele nieraandoeningen veroorzaakt.
De Raad verwierp het beroep op de hardheidsclausule omdat onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt en de staatssecretaris zich redelijk op het RIVM-rapport heeft mogen baseren. Ook het standpunt van een internist-immunoloog, als persoonlijke mening, kon dit niet veranderen.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Limburg, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag uitkering chroom-6 bevestigd.