ECLI:NL:CRVB:2020:2298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante was werkzaam als telefoniste en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, die later werd beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen in andere functies. Na een nieuwe ziekmelding en medisch onderzoek werd zij geschikt geacht voor de functie van bode-bezorger, waarna de Ziektewetuitkering opnieuw werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen medische indicatie was voor een urenbeperking. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar klachten, waaronder die veroorzaakt door het Hantavirus, maar leverde geen medische stukken ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht had gehandeld en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De rechtbank had de argumenten van appellante afdoende beoordeeld en de Raad onderschreef deze overwegingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering van appellante.