ECLI:NL:CRVB:2020:2313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij bijstandsverlening zonder schriftelijke huurovereenkomst
Appellant vroeg op 8 februari 2018 bijstand aan als alleenstaande en gaf aan een kamer te huren bij een kennis zonder schriftelijke huurovereenkomst. Het college vroeg aanvullende bewijsstukken, waaronder een huurcontract en betalingsbewijzen, maar appellant kon alleen bankafschriften en een ongedateerde verklaring van de hoofdbewoner overleggen.
Het college kende bijstand toe met toepassing van de kostendelersnorm, omdat er twee meerderjarige personen op het adres wonen en geen commerciële huurrelatie was aangetoond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij een commerciële huurprijs betaalde, maar kon dit niet aantonen met een schriftelijke overeenkomst of betalingsbewijzen.
De Raad oordeelde dat appellant op grond van de Participatiewet verplicht was deze stukken te overleggen. Omdat appellant dit niet deed, moest worden aangenomen dat hij een kostendelende medebewoner is. De toepassing van de kostendelersnorm was daarom terecht en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de kostendelersnorm terecht is toegepast bij de bijstandsverlening aan appellant zonder schriftelijke huurovereenkomst.