ECLI:NL:CRVB:2020:2318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA op 58,25%
Appellant, laatstelijk werkzaam als logistiek medewerker, werd door het UWV met ingang van 21 maart 2018 aangemerkt als gedeeltelijk arbeidsongeschikt met een mate van 58,25%. Hij was het hiermee oneens en stelde dat er meer beperkingen waren, onderbouwd met een rapport van bedrijfsarts Thissen. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank het rapport van Thissen onvoldoende had besproken en dat het besluit op een onjuiste medische en arbeidskundige grondslag berustte. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het rapport van Thissen geen aanleiding gaf om te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsartsen, aangezien het vooral subjectieve klachten bevatte zonder objectivering.
De Raad verwierp ook het standpunt van appellant dat er sprake was van een noodzakelijke urenbeperking vanwege slaapproblemen en dat de lichamelijke beperkingen onvoldoende waren meegenomen. De medische gegevens ondersteunden deze stellingen niet. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant terecht is vastgesteld op 58,25%.