ECLI:NL:CRVB:2020:2319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsvermogen en verlaging Wajong-uitkering bevestigd
Appellante ontvangt sinds 2006 een Wajong-uitkering vanwege artritis en werd in 2016 door het UWV beoordeeld als arbeidsbekwaam, wat leidde tot een verlaging van haar uitkering per 2018. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze verlaging ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat zij ten minste één uur aaneengesloten kan werken en vier uur per dag, vijf dagen per week belastbaar is.
In hoger beroep betwist appellante deze beoordeling en overlegt medische stukken ter onderbouwing van haar beperkingen. De Centrale Raad van Beroep volgt echter het oordeel van de rechtbank en het UWV, die op grond van verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige rapporten gemotiveerd hebben dat appellante ondanks haar aandoening lichte, fysiek weinig belastende werkzaamheden kan verrichten.
De Raad acht het medisch oordeel inzichtelijk en goed gemotiveerd, waarbij rekening is gehouden met de beperkingen door artritis en de fysieke belastbaarheid. Er is geen aanleiding voor nader onderzoek of het oordeel te herzien. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon wordt bevestigd.