ECLI:NL:CRVB:2020:2335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage WIA na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, werkzaam in de ouderenzorg, meldde zich ziek op 11 april 2016 en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij voor 42,09% arbeidsongeschikt is en wees een loongerelateerde WGA-uitkering toe per 9 april 2018. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen, zoals beperkte knijp- en grijpkracht en tastzin, onderschat waren, evenals haar andere lichamelijke en psychische klachten.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische situatie volledig en correct had beoordeeld. De Raad concludeerde dat de door appellante ingebrachte medische gegevens haar standpunt onvoldoende ondersteunden en dat het UWV de geschiktheid van de functies voldoende had gemotiveerd.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 42,09% bevestigd.