ECLI:NL:CRVB:2020:2358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijkheid hoofdverblijf
De Centrale Raad van Beroep heeft op 29 september 2020 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel betreffende de afwijzing van een aanvraag om bijstand en een bijdrage op grond van het gemeentelijk minimabeleid.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres in de gemeente Steenwijkerland. De Raad overwoog dat het hoofdverblijf wordt bepaald aan de hand van het zwaartepunt van het persoonlijk leven, gebaseerd op concrete feiten en omstandigheden. Appellant slaagde er niet in voldoende duidelijkheid te verschaffen over zijn woonsituatie.
De Raad nam feiten mee zoals het frequente pinnen buiten de woonplaats, tegenstrijdige verklaringen over de staat van de woning, het ontbreken van bewijs dat appellant in de woning sliep en at, en het lage waterverbruik. Ondanks inschrijving en betaling van huur en vaste lasten kon niet worden vastgesteld dat appellant daadwerkelijk zijn hoofdverblijf had op het adres.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Tevens werd het terugvorderen van een voorschot van € 556,- als terecht beoordeeld. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf op het opgegeven adres.