ECLI:NL:CRVB:2020:2371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante, laatst werkzaam als verzorgende, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde deze uitkering per 7 januari 2018 na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek waarin werd vastgesteld dat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen in geselecteerde functies.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 9 november 2017 voldoende waren. De rechtbank vond geen aanleiding voor een deskundigenonderzoek en oordeelde dat de situatie op de datum in geding afweek van eerdere beoordelingen uit 2011 en 2013.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij volledig arbeidsongeschikt was en dat de verschillen met eerdere beoordelingen nader gemotiveerd hadden moeten worden. Zij overhandigde medische brieven ter ondersteuning. De Raad volgde het UWV en de rechtbank, oordeelde dat het UWV niet verplicht is elke afwijking van eerdere beoordelingen te motiveren en dat de brieven geen betrekking hadden op de datum in geding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het hoger beroep af.