ECLI:NL:CRVB:2020:2377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid financiële situatie
Appellant diende op 27 april 2018 een aanvraag om bijstand in met een gewenste ingangsdatum van 15 augustus 2017. Het college verzocht meerdere malen om aanvullende en verifieerbare informatie over zijn inkomsten, vermogen en leefomstandigheden, waaronder bankafschriften, verklaringen over betalingen en een Skrill-account. Ondanks diverse verzoeken leverde appellant onvoldoende concrete en controleerbare bewijsstukken aan.
Het college wees de aanvraag bij besluit van 19 juni 2018 af wegens onvoldoende duidelijkheid over de bijstandbehoevendheid. Appellant maakte bezwaar en leverde nadere stukken aan, maar het college handhaafde het besluit op 14 december 2018. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat de verstrekte informatie onvoldoende was om bijstandbehoevendheid vast te stellen.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep beperkte appellant zich tot een opsomming van eerder overgelegde stukken zonder nieuwe gronden aan te voeren. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, overwegende dat de bewijslast bij de aanvrager ligt en dat deze onvoldoende heeft voldaan aan zijn inlichtingenverplichting. De aanvraag werd terecht afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie van appellant.