ECLI:NL:CRVB:2020:2385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant ontving vanaf 2007 een WGA-uitkering en meldde zich in 2016 met toegenomen klachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat geen sprake was van toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na de eerdere beoordeling in 2010.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsartsen geen toename van beperkingen konden vaststellen, ondanks klachten van appellant en rapporten van behandelaars. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en vroeg om een onafhankelijke deskundige, verwijzend naar het Korošec-arrest.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, het beginsel van equality of arms niet was geschonden en dat uit de medische informatie geen toename van beperkingen bleek. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.