Appellant, werkzaam als allround medewerker in de bouw, vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV geweigerd werd op basis van medische rapporten van verzekeringsartsen. Appellant voerde bezwaar aan tegen de vastgestelde beperkingen en stelde dat het UWV onvoldoende rekening hield met aanvullende medische gegevens, waaronder een deskundigenrapport van een orthopedisch chirurg.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook de eerdere medische rapporten waren betrokken. Appellant betoogde in hoger beroep dat het UWV de medische beperkingen onderschatte en dat het beginsel van equality of arms werd geschonden omdat hij niet de mogelijkheid kreeg een eigen deskundige te laten horen.
De Centrale Raad van Beroep verwees naar het arrest Korošec van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en stelde dat de verzekeringsartsen als medisch deskundigen van het UWV kunnen leiden tot twijfel over onpartijdigheid. De bestuursrechter moet dan beoordelen of appellant voldoende gelegenheid heeft gehad om tegenbewijs aan te dragen. In dit geval was dat het geval, mede doordat het deskundigenrapport van de orthopedisch chirurg in de procedure was ingebracht.
De Raad concludeerde dat het UWV de beperkingen van appellant op zorgvuldige wijze had vastgesteld en dat er geen sprake was van schending van het equality of arms-beginsel. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.