ECLI:NL:CRVB:2020:2405
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden en verblijf in het buitenland
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer trok de bijstand over meerdere maanden in omdat appellant niet had gemeld dat hij werkzaamheden verrichtte en in het buitenland verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant gaf aan werkzaamheden te hebben verricht door vervoer te verzorgen voor zakenrelaties van zijn broer in Europa, zonder daarvoor betaald te zijn. De Raad oordeelde dat deze activiteiten als op geld waardeerbare werkzaamheden gelden, ongeacht het ontbreken van vergoeding. Tevens stond vast dat appellant diverse keren in het buitenland verbleef zonder dit te melden.
Appellant stelde dat hij niet wist dat hij zijn verblijf in het buitenland moest melden en dat hij niet was geïnformeerd over deze verplichting. De Raad stelde echter dat het verblijf in het buitenland een gegeven is dat van belang is voor de bijstand en dat appellant dit redelijkerwijs had moeten melden. De inlichtingenverplichting is objectief en verwijtbaarheid speelt geen rol.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit tot intrekking van de bijstand. Het terugvorderingsbesluit werd niet beoordeeld omdat dit niet ter beoordeling stond. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt bevestigd.