ECLI:NL:CRVB:2020:2417
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldige beoordeling arbeidsbelastbaarheid bevestigd
Appellante was ziek gemeld wegens zwangerschaps- en andere gezondheidsklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medische en arbeidsdeskundige beoordelingen stelde het UWV vast dat zij arbeidsgeschikt was voor bepaalde functies en beëindigde de ZW-uitkering. Appellante maakte bezwaar en beroep, maar de rechtbank oordeelde dat het UWV de belastbaarheid zorgvuldig had ingeschat.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen, veroorzaakt door onder meer een lekkende borstprothese en hartritmestoornis, niet juist waren meegewogen en dat zij vermoeid was. Tevens verzocht zij om aanhouding van de zaak in afwachting van een RIVM-onderzoek naar siliconen borstimplantaten. De Raad wees dit verzoek af omdat het onderzoek geen directe gevolgen heeft voor haar specifieke situatie.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV de beperkingen adequaat heeft beoordeeld en dat er geen medische informatie was die een urenbeperking rechtvaardigt. De functies die het UWV als passend aanmerkte, zijn medisch verantwoord. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering van appellante terecht is beëindigd.