ECLI:NL:CRVB:2020:2424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek ambtenaar tot bevordering na onherroepelijk besluit
Appellant, een voormalig ambtenaar van de Koninklijke Marine, verzocht in 2018 om bevordering tot een hogere rang, nadat hij in 1993 eervol was ontslagen wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Dit verzoek werd afgewezen omdat het eerdere besluit onherroepelijk was en appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die heroverweging rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het verzoek feitelijk een poging was om terug te komen op eerdere, in rechte vaststaande besluiten. Appellant had geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aangevoerd die een herziening konden rechtvaardigen. Ook werd het verzoek als onredelijk laat beoordeeld, aangezien appellant al in 2009 op de hoogte was van de bevordering van een collega.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad vond dat appellant enkel eerherstel nastreefde zonder nieuw bewijs of omstandigheden. Het bestreden besluit was niet evident onredelijk en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd; het verzoek tot bevordering wordt niet toegewezen.