ECLI:NL:CRVB:2020:2437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is appellant verplicht het griffierecht te betalen binnen een gestelde termijn. De Raad heeft appellant op 5 februari 2020 en opnieuw op 7 maart 2020 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de uiterste betaaldatum van het griffierecht van €128,-.
Ondanks deze waarschuwingen heeft appellant het griffierecht niet binnen de termijn voldaan. Pas op 24 september 2020, ruim na de deadline, heeft appellant een beroep op betalingsonmacht gedaan. De Raad oordeelt dat appellant daardoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D.S. de Vries en is op 6 oktober 2020 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.