ECLI:NL:CRVB:2020:2441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet melden van contante stortingen en bijschrijvingen op bankrekening bij bijstand
Appellante ontving van januari 2011 tot september 2017 bijstand op grond van de Participatiewet. Tijdens een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand werden bankafschriften overgelegd waaruit bleek dat er in die periode 46 contante stortingen en 59 bijschrijvingen plaatsvonden, waarvan een deel als leningen van familie werd opgegeven.
Het college van burgemeester en wethouders van Delft herzag en trok de bijstand over diverse maanden in en legde een boete op wegens het niet melden van deze bedragen als inkomen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het ging om leningen waarop zij niet vrij kon beschikken en dat zij niet wist dat zij de mutaties moest melden.
De Raad oordeelde dat kasstortingen en bijschrijvingen als inkomen worden aangemerkt, ook als het leningen betreft, en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over deze bedragen kon beschikken. De inlichtingenverplichting is objectief en werd geschonden. De boete was proportioneel en de verwijtbaarheid normaal.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €5.466,67 bevestigd.