ECLI:NL:CRVB:2020:2445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens niet-naleving sollicitatieplicht
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin een maatregel van 100% verlaging van de bijstandsuitkering voor de maand december 2017 werd opgelegd aan appellante wegens het niet voldoen aan de sollicitatieafspraken.
Appellante had de verplichting om wekelijks vijf sollicitaties te verrichten voor minimaal twee uur schoonmaakwerk in de late middag en vroege avond, maar heeft dit niet gedaan. Appellanten voerden aan dat dit te wijten was aan gezondheidsproblemen en de zorg voor drie kinderen, waaronder een kind dat extra aandacht nodig heeft en een jongste kind jonger dan vijf jaar.
De rechtbank oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat appellante geen enkel verwijt treft, zodat het college terecht een maatregel heeft opgelegd. Ook werd geoordeeld dat het college de persoonlijke omstandigheden van appellanten heeft meegewogen en dat er geen dringende redenen waren om af te zien van de maatregel.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat het feit dat het jongste kind jonger dan vijf jaar is, geen verandering brengt in het beleid van het college ten aanzien van ontheffing van de arbeidsverplichting voor een alleenstaande. Het hoger beroep wordt verworpen en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van 100% verlaging van de bijstand gedurende één maand wordt bevestigd wegens niet-naleving van de sollicitatieplicht.