ECLI:NL:CRVB:2020:2462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Rectificatie uitspraak over overschrijding redelijke termijn en schadevergoeding
De Centrale Raad van Beroep heeft op 14 oktober 2020 een rectificatie uitgesproken op haar uitspraak van 20 juli 2020. In de oorspronkelijke uitspraak was ten onrechte geen beslissing genomen over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM.
De Raad heeft partijen de gelegenheid gegeven zich schriftelijk uit te laten over het voornemen tot rectificatie, maar er zijn geen reacties ontvangen. De Raad heeft vervolgens de uitspraak aangepast door de Staat als partij aan te merken en te oordelen dat de procedure meer dan vier jaar heeft geduurd, waarbij de redelijke termijn met zes maanden en een dag is overschreden.
De overschrijding wordt volledig aan de rechter toegerekend, waardoor appellant recht heeft op een schadevergoeding van € 1.000,- ten laste van de Staat. Daarnaast wordt de Staat veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant ad € 262,50. Het verzoek om vergoeding van schade door het UWV wordt afgewezen.
De rectificatie is formeel vastgesteld en zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. De uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in aanwezigheid van griffier R.L. Rijnen.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 1.000,- schadevergoeding en € 262,50 proceskosten aan appellant wegens overschrijding van de redelijke termijn.