ECLI:NL:CRVB:2020:2483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toewijzing proceskosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV op 9 januari 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarmee het volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in op 15 januari 2020 en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan veroordeeld kan worden in de kosten indien het beroep wordt ingetrokken vanwege tegemoetkoming. De Raad stelde vast dat het UWV niet heeft gereageerd met een verweerschrift en dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant, begroot op €1.050,- voor het beroep en €1.312,50 voor het hoger beroep, totaal €2.362,50. Vergoeding van griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV claimen. De uitspraak werd gedaan op 23 september 2020 door D. Hardonk-Prins.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.