ECLI:NL:CRVB:2020:2499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op verhaalsbesluit WAO wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, een werkgever, had bezwaar gemaakt tegen een verhaalsbesluit van het UWV waarbij de WAO-uitkering van een ex-werknemer op haar werd verhaald. Zij stelde dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren die het verhaalsbesluit onjuist maakten. De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard omdat de gestelde feiten niet als nieuw konden worden beschouwd en appellante geen rechtsmiddelen had ingesteld tegen het oorspronkelijke verhaalsbesluit.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De Raad stelde vast dat appellante de feiten en omstandigheden die zij aanvoerde al eerder had kunnen aanvoeren, maar dit niet had gedaan. Hierdoor was sprake van een tekortkoming in het gebruik van rechtsmiddelen. Er waren geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad concludeerde dat het UWV het verzoek van appellante om terug te komen op het verhaalsbesluit terecht had afgewezen. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.