Uitspraak
18.4502 PW-PV
mr. C.J. Telting.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten hebben in november 2017 een aanvraag ingediend voor langdurigheidstoeslag over de jaren 2013 en 2014. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag bij besluiten van januari 2018 af, en handhaafde dit na bezwaar in maart 2018. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat aanvragen na 1 juli 2013 niet met terugwerkende kracht kunnen worden toegekend, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn, welke niet zijn aangetoond.
Appellanten stelden dat een baliemedewerkster eind 2014 onjuiste informatie had gegeven over het afschaffen van de langdurigheidstoeslag en dat zij geen aanvraagformulieren hadden ontvangen. Deze stellingen werden door de rechtbank niet onderbouwd bevonden. Ook het betoog dat het college zijn zorgplicht zou hebben geschonden door appellanten in 2015 niet te informeren over de vervanging van de toeslag, werd niet gevolgd.
In hoger beroep herhaalden appellanten hun eerdere gronden, zonder nieuwe onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en verwijst naar vaste rechtspraak dat onbekendheid met wet- of regelgeving of vermeende gebrekkige voorlichting door het college geen bijzondere omstandigheden vormen die terugwerkende bijstand rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de langdurigheidstoeslag bevestigd.