ECLI:NL:CRVB:2020:2522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot kwijtschelding lening op grond van onvoldoende betalingscapaciteit
Appellant heeft een lening van €20.000 ontvangen op grond van het Besluit bijstand zelfstandigen 2004 om zijn bedrijfskapitaal te voorzien. Na beëindiging van zijn bedrijf in 2015 is de openstaande lening teruggevorderd en is een dwangbevel uitgevaardigd wegens niet-nakoming van betalingsverplichtingen.
Appellant verzocht het dagelijks bestuur de vordering buiten invordering te stellen wegens onvoldoende betalingscapaciteit, wat werd opgevat als een verzoek om kwijtschelding. Dit verzoek werd afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van het Debiteurenplan en er geen uitzonderlijke omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd waarom het bestreden besluit onjuist zou zijn en dat zijn argumenten vooral betrekking hebben op eerdere besluiten over de leningverstrekking en terugvordering, niet op de weigering tot kwijtschelding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding van de lening wegens onvoldoende betalingscapaciteit.