Uitspraak
19.5036 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en diende drie aanvragen in bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag: beëindiging van de reservering van vakantietoeslag met terugwerkende kracht, terugbetaling van inhoudingen wegens terugvordering, en beëindiging van een verlaging van de bijstandsnorm.
Het college nam niet tijdig besluiten op deze aanvragen, waarop appellant het college in gebreke stelde en beroep instelde wegens het uitblijven van beslissingen. De rechtbank stelde dwangsommen vast voor het niet tijdig beslissen: één voor de derde aanvraag en één voor de eerste twee samenhangende aanvragen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte slechts één dwangsom voor de eerste twee aanvragen had vastgesteld. De Raad overwoog dat de eerste twee aanvragen inhoudelijk samenhangen en in één brief zijn ingediend, waardoor slechts één dwangsom verschuldigd is. De derde aanvraag vereist een andere beoordeling en rechtvaardigt een afzonderlijke dwangsom.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college slechts één dwangsom verschuldigd is voor twee samenhangende aanvragen en een afzonderlijke dwangsom voor de derde aanvraag.