Uitspraak
17 8099 WAO
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 1981 een WAO-uitkering, laatstelijk gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Na een herbeoordeling verlaagde het UWV haar uitkering per 3 oktober 2016 naar 45 tot 55%, maar verklaarde het bezwaar gegrond waardoor het oorspronkelijke percentage bleef gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsartsen hadden appellante gezien, dossierstudie verricht en medische informatie ingewonnen. De belastbaarheid was vastgesteld op basis van de Functionele Mogelijkhedenlijst van juni 2016 en de geselecteerde functies waren medisch geschikt.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was en bracht zij een terugval in haar anorexia nervosa in 2018 naar voren, evenals medicatiegebruik. De Raad oordeelde dat deze argumenten niet relevant waren voor de situatie op de datum in geding, 3 oktober 2016, en dat er geen nieuwe medische informatie was die tot een ander oordeel leidde.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in aanwezigheid van griffier E. Diele.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering per 3 oktober 2016 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.