ECLI:NL:CRVB:2020:2553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering na scooterongeluk wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, voormalig schoonmaker, meldde zich met terugwerkende kracht ziek per 10 september 2013 na een scooterongeluk in maart 2012. Het UWV weigerde een Ziektewetuitkering op grond van een medisch onderzoek door verzekeringsartsen, dat concludeerde dat appellant geschikt was voor zijn arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geen medische stukken had overgelegd die een ander oordeel rechtvaardigen. Appellant werkte na het ongeval nog anderhalf jaar, wat volgens de rechtbank een indicatie is tegen arbeidsongeschiktheid met terugwerkende kracht.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over blijvende pols- en psychische klachten, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV, bevestigde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er onvoldoende aanwijzingen waren om het oordeel te betwijfelen.
De Raad concludeerde dat appellant terecht geen Ziektewetuitkering kreeg per 10 september 2013 en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewetuitkering bevestigd.