ECLI:NL:CRVB:2020:2555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning Indicatie banenafspraak wegens arbeidsvermogen ondanks beperkingen
Appellant ontving een uitkering op grond van de Participatiewet en vroeg via de gemeente een Indicatie banenafspraak aan bij het Uwv. Een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden vast dat appellant wel beperkingen had, maar nog wel arbeidsvermogen bezat, niet in staat was een drempelfunctie uit te oefenen maar wel vier uur per dag belastbaar was.
Het Uwv kende de Indicatie banenafspraak toe, wat door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant onvoldoende objectieve medische informatie had geleverd om het oordeel van het Uwv te weerleggen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen arbeidsvermogen had, onderbouwd met medische verklaringen van een anesthesioloog. De Raad oordeelde echter dat deze informatie geen nieuwe feiten bevatte en dat de verzekeringsarts de beperkingen en pijnklachten voldoende had meegewogen. De Raad bevestigde dat appellant arbeidsvermogen had en dat de eerdere uitspraak terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant arbeidsvermogen heeft en de Indicatie banenafspraak terecht is toegekend.