ECLI:NL:CRVB:2020:2561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als automonteur en heftruckchauffeur, meldde zich ziek met diverse klachten waaronder rug-, knie-, schouderklachten en tinnitus. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) stelde het UWV vast dat appellant geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen met andere functies. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit dat hem geen ziekengeld toekende vanaf 15 mei 2017 vanwege klachten aan het evenwichtsorgaan.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellant, ondanks COPD en evenwichtsproblemen, geschikt was voor geselecteerde functies zoals meteropnemer en machinebediende kunststofindustrie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant waren meegewogen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en voerde aan dat zijn evenwichtsproblemen eerder waren begonnen dan de rechtbank aannam. Het UWV overhandigde een aanvullend medisch rapport dat bevestigde dat hiermee al rekening was gehouden. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat er geen nieuwe medische informatie was die aanleiding gaf tot twijfel aan het oorspronkelijke besluit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de afwijzing van het recht op ziekengeld en zag geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht heeft op ziekengeld wordt bevestigd.