ECLI:NL:CRVB:2020:2562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en taxichauffeur toen hij zich ziek meldde met gehoorbeschadiging. Het UWV kende hem een Ziektewet-uitkering toe, die per 22 maart 2018 werd beëindigd na een medisch onderzoek waarbij geen objectieve beperkingen werden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en er geen aanleiding was om aan de medische conclusies te twijfelen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet geschikt was voor zijn werk vanwege schouder- en rugklachten en dat hem een uitlooptermijn van een maand was toegezegd, een beroep op het vertrouwensbeginsel.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten voldoende inzicht boden in de arbeidsmogelijkheden van appellant en dat hij geen medische gegevens had overgelegd die zijn beperkingen onderbouwden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet omdat appellant geen bewijs had van een toezegging van het UWV. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 22 maart 2018 en wijst het hoger beroep af.