ECLI:NL:CRVB:2020:2590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering en weigering WIA-uitkering na zorgvuldige beoordeling
Betrokkene was werkzaam als toezichthouder en meldde zich ziek met fysieke en psychische klachten. Na diverse beoordelingen door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen heeft het UWV besloten de ZW-uitkering per 20 oktober 2016 te beëindigen en de WIA-uitkering te weigeren omdat betrokkene niet gedurende de wachttijd van 104 weken arbeidsongeschikt was geweest.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen en vernietigde het besluit, maar de Centrale Raad van Beroep volgt dit oordeel niet. De Raad stelt vast dat de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig zijn uitgevoerd en dat de beperkingen van betrokkene sinds 2014 niet wezenlijk zijn veranderd.
De Raad weegt mee dat betrokkene na 20 oktober 2016 niet opnieuw ziek is gemeld, de verzekeringsarts bezwaar en beroep beschikte over recente medische informatie en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) adequaat is opgesteld. Betrokkene kon de eerder geselecteerde functies nog vervullen.
Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de totale procedure binnen de redelijke termijn is afgerond. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De ZW-uitkering is terecht beëindigd en de WIA-uitkering terecht geweigerd; het beroep wordt ongegrond verklaard.