ECLI:NL:CRVB:2020:2596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengelduitkering na WIA-beoordeling bevestigd
Appellante was werkzaam als productiemedewerkster en meldde zich in juni 2014 ziek. Na afloop van de wachttijd oordeelde het UWV in 2016 dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor bepaalde functies. In 2018 beëindigde het UWV haar ziekengelduitkering op basis van een verzekeringsarts die haar geschikt achtte voor die functies.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat zij niet over de vereiste ervaring en diploma’s beschikte en niet in staat was de functies te verrichten. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de medische situatie voldoende in beeld was gebracht.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat de medische en arbeidskundige beoordeling uit 2016 bindend is en dat alleen de medische geschiktheid relevant is. De door appellante overgelegde aanvullende medische informatie bracht geen nieuwe inzichten die tot een andere beoordeling zouden moeten leiden.
Hierdoor is het besluit tot beëindiging van het ziekengeld terecht genomen en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het recht op ziekengeld terecht is beëindigd omdat appellante geschikt is voor eerder vastgestelde functies.