ECLI:NL:CRVB:2020:2611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, vroeg een nabestaandenuitkering aan na het overlijden van haar echtgenoot in 2016. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat zij minder dan 45% arbeidsongeschikt was, een standpunt ondersteund door een advies van het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen door CVS onvoldoende werden erkend en dat er een urenbeperking moest worden aangenomen. De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts die een gedegen onderzoek verrichtte en concludeerde dat de beperkingen niet tot een hogere arbeidsongeschiktheid leidden dan eerder vastgesteld.
De Raad volgde het deskundigenrapport en de daarop gebaseerde aanpassing van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), waaruit bleek dat het arbeidsongeschiktheidspercentage gelijk bleef. Er waren geen omstandigheden om het rapport te verwerpen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen nabestaandenuitkering krijgt wegens minder dan 45% arbeidsongeschiktheid.