ECLI:NL:CRVB:2020:2657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering uitbetaling plusuren na ontslag bij gemeente Westland
Appellante, werkzaam bij de gemeente Westland, verzocht na haar eervol ontslag om uitbetaling van plusuren die zij in 2015 en 2016 had gemaakt. Het college weigerde dit, omdat de plusuren niet in het juiste verlofsysteem waren geregistreerd en er geen voorafgaande afspraken waren gemaakt over het maken van deze uren.
De rechtbank oordeelde dat de registratie van plusuren in het TIM-systeem niet voldeed aan de vereisten van de Regeling Arbeidsduur en Vakantieverlof 2015, die voorschrijft dat plusuren in het verlofsysteem Joost-XL moeten worden geregistreerd na toestemming van de leidinggevende. De rechtbank vond dat de leidinggevende de TIM-registratie niet als instemming met de plusuren kon beschouwen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig en verwierp het hoger beroep van appellante. De Raad stelde vast dat er geen aanwijzingen waren dat het college de zorgvuldigheidsnorm van artikel 125ter Ambtenarenwet had geschonden en dat de gemaakte uren niet rechtspositioneel konden worden erkend zonder juiste registratie en toestemming.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank dat de uitbetaling van de plusuren niet toewijsbaar was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering tot uitbetaling van plusuren wordt bevestigd.