ECLI:NL:CRVB:2020:2664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als vestigingsmanager en viel in 2009 uit wegens fysieke en psychische klachten. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe met 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2016 stelde het UWV vast dat de uitkering ongewijzigd bleef. Werkgever maakte bezwaar, waarop het UWV in 2017 het bezwaar gegrond verklaarde en de uitkering per 26 januari 2018 beëindigde wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had beperkingen als gevolg van meningitis vastgesteld, maar geen medische urenbeperking aangenomen, wat voldoende was gemotiveerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het rapport onzorgvuldig was en dat er sprake was van onjuiste inschattingen, maar leverde geen nieuwe medische informatie aan.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de beperkingen van appellante en dat de functies medisch geschikt waren. Er was geen aanleiding voor inschakeling van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellante is terecht beëindigd na een zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd medisch onderzoek.