ECLI:NL:CRVB:2020:2681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure bracht een benoemde psychiater een rapport uit. Het UWV nam vervolgens op 23 april 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het hoger beroep was ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren had voldaan. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek. De Raad oordeelde dat het UWV op grond van de Awb in de proceskosten moest worden veroordeeld die appellant redelijkerwijs had moeten maken in hoger beroep.
De proceskosten werden begroot op €525,- voor verleende rechtsbijstand. Voor het betaalde griffierecht kon appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door rechter J.P.M. Zeijen in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude op 4 november 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €525,- aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.