ECLI:NL:CRVB:2020:2704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op tegemoetkoming meerkosten wegens overschrijding inkomensgrens
Appellant had een verzoek ingediend voor een tegemoetkoming voor meerkosten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek af omdat het inkomen van appellant over 2016, bestaande uit een Ziektewetuitkering en inkomsten uit onderhuur, hoger was dan de inkomensgrens van €18.505.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde aan dat de huur die hij ontving van zijn onderhuurder geen inkomen zou zijn, omdat hij een hoge huur betaalt en daardoor genoodzaakt was onderhuur te accepteren. Ook stelde hij dat de gemeente goedkoper uit zou zijn met het verstrekken van een tegemoetkoming dan met bijzondere bijstand.
De Raad oordeelde dat de ontvangen bedragen uit onderhuur wel degelijk tot het inkomen van appellant behoren en meetellen bij het bepalen van het recht op de tegemoetkoming. Het feit dat appellant de huurinkomsten gebruikt om zijn hoge huur te betalen, verandert hier niets aan. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 4 november 2020.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een tegemoetkoming voor meerkosten vanwege overschrijding van de inkomensgrens.