ECLI:NL:CRVB:2020:2705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag badkamer op eerste verdieping wegens algemeen gebruikelijk
Appellante, geboren in 1932 en met verschillende fysieke beperkingen, diende een aanvraag in voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, namelijk de aanleg van een badkamer met toilet op de eerste verdieping van haar woning.
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem wees deze aanvraag bij besluit van 6 september 2016 af, met als grond dat de aanleg van een badkamer in de situatie van appellante algemeen gebruikelijk is. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 31 januari 2017.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellante gegrond voor zover het ging om de afwijzing van een extra toilet, maar liet de afwijzing van de badkamer in stand. Appellante ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aanleg van de badkamer algemeen gebruikelijk is en appellante daarom niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. Omdat appellante geen nieuwe gronden tegen dit oordeel aanvoerde, werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag voor een badkamer op de eerste verdieping is terecht afgewezen omdat deze algemeen gebruikelijk is.