ECLI:NL:CRVB:2020:2708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De gemachtigde van appellant werd op 1 juli 2020 en opnieuw op 1 augustus 2020 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van een griffierecht van €131,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken na de brieven. Ondanks deze herinneringen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat op grond van de beschikbare gegevens niet kan worden aangenomen dat appellant niet in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en kan zonder inhoudelijke behandeling worden beslist. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 november 2020. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.