ECLI:NL:CRVB:2020:2710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in socialezekerheidszaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een socialezekerheidszaak. Volgens artikel 6:5 Awb Pro dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
De gemachtigde van appellant is bij brief van 8 juli 2020 en nogmaals bij aangetekende brief van 10 augustus 2020 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken alsnog de beroepsgronden in te dienen. Beide termijnen zijn ongebruikt voorbijgegaan zonder dat een verontschuldiging is gebleken.
Gezien het ontbreken van beroepsgronden en het niet nakomen van de gestelde termijnen is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De Centrale Raad van Beroep heeft zonder verder onderzoek beslist en geen aanleiding gezien tot een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 november 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden binnen de gestelde termijnen.