ECLI:NL:CRVB:2020:2714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als thuishulp en meldde zich in 2012 ziek. Het UWV weigerde in 2014 een WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. In 2016 meldde appellante toegenomen arbeidsongeschiktheid, maar het UWV weigerde opnieuw een WIA-uitkering toe te kennen op basis van een verzekeringsartsrapport dat de eerdere functionele mogelijkhedenlijst (FML) nog steeds geldig achtte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en het oordeel van de verzekeringsarts voldoende was gemotiveerd. Psychiatrisch onderzoek door Psyon bevestigde geen ernstiger beperkingen dan eerder vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte het rapport van PsyQ negeerde, dat ernstige lichamelijke en psychische klachten stelde, en verzocht om een onafhankelijke deskundige.
De Raad oordeelt dat de klachten niet tot toegenomen beperkingen leiden en bevestigt het oordeel van de verzekeringsarts. Het rapport van PsyQ is onvoldoende om het eerdere oordeel te wijzigen. Er is geen aanleiding voor benoeming van een deskundige. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.